|
||||||||||
|
||||||||||
![]() ![]()
De menselijke geest kan zegevieren Nadat in de eerste drie edities van Meeting the Minds politici, beleidsmakers en academici hun licht hebben laten schijnen over kwesties van duurzaamheid, was het vanavond de beurt aan twee ondernemers. De een, Bernard Wientjens, is na een geslaagde carrière inmiddels volop bezig als politiek lobbyist. De ander is Roel Pieper, nog steeds zeer actief in het ontwikkelen van nieuwe bedrijven en ideeën, in zijn hoedanigheid als venture capitalist. Het is dan ook niet vreemd dat in deze laatste lezing in de reeks, de overheid pontificaal tegenover de vrijheid van het individu kwam te staan. Spagaat Bernard Wientjens stelt nadrukkelijk dat hij vanavond niet aanwezig is in politieke zin. Toch zal hij veel spreken over de rol van de overheid. Hij beschrijft hoe zijn generatie in de jaren vijftig en zestig de gevaren voor het milieu begon te onderkennen. Hoe het inzamelen van oud papier en glas, en het isoleren van huizen een begin maakte aan een bewustwording rond onze leefomgeving. De Nederlandse, wel te verstaan, want buiten de grenzen werd niet gekeken. Dat is nu wel anders. Want duurzaamheid overstijgt niet alleen grenzen, het bestrijkt ook een veel breder gebied van problemen en oplossingen. Wientjens beschrijft de spagaat waarin de wereldbevolking zich bevindt. Enerzijds hebben steeds meer mensen steeds meer welvaart, en dat is goed. De Millennium-goals, die honger uit wilden bannen, zijn meer in zicht dan ooit. Maar tegelijkertijd zijn er nog steeds 1 miljard mensen die niets hebben. En om die laatste groep erbij te trekken, heeft de Derde Wereld economische groei nodig. Die weer zorgt voor vervuiling en uitputting. Hoe om te gaan met die tegengestelde doelen? Onderontwikkelde landen moeten gestimuleerd worden zich volop door te ontwikkelen, zodat economie, onderwijs en infrastructuur op een acceptabel niveau komen. Dat proces moet zoveel mogelijk gestimuleerd worden, ook met onze hulp. Nu nog bederft veertig procent van het voedsel in veel landen, omdat adequate koeling ontbreekt. Dat moet efficiënter. We kunnen die delen van de wereld nu geen rigoureuze beperkingen opleggen, maar moeten ze steunen ‘erbij te komen.’ Herorganisatie Tegelijkertijd zullen wij onze economische groeipatronen moeten herorganiseren. Er moeten meer bedrijven komen die innovatieve producten produceren en er genoeg van verkopen om winst te maken. Daardoor kan de consument deel uit gaan maken van het proces, en kan de samenleving veranderen. We moeten tenslotte in 2020 de eerste doelen van het Duurzaamheidsrapport bereikt hebben: 20 procent minder energieverbruik, 20 procent minder CO2 uitstoot en 20 procent meer duurzame energie. Als iedereen daar aan meedoet, moet dat lukken. Wientjens stelt eigenlijk dat de economische groei wereldwijd volop moet doorzetten, en dat de ontwikkelde landen het wat zuiniger aan moeten doen. Zodat we uiteindelijk allemaal kunnen overschakelen op alternatieve energiebronnen en productiemethoden. Maar dat moet dan ook mondiaal gebeuren, want duurzaamheid overschrijdt nu eenmaal alle grenzen. Het heeft geen zin om in Nederland CO2 uitstoot te verminderen, als China vrolijk verder stookt. Optimistisch Hij houdt een pleidooi voor zonne-energie, dat moeiteloos in onze behoefte zou kunnen voorzien. Mits er een nieuwe generatie zonnecellen komt. Daar zou hij dan ook het grootste deel van de 500 miljard aan uit willen geven. Daarnaast zijn er nog genoeg fossiele brandstoffen voor 200 jaar. En, er is uranium. Want ook kerncentrales horen tot zijn pakket van oplossingen. Veel kerncentrales, die tegenwoordig veilig genoeg zijn om de ouderwetse weerzin overboord te zetten. Dit zal hem later nog op de nodige discussie komen te staan. Maar Wientjens is een optimist. We moeten slechts voorkomen dat we, tijdens het zoeken naar nieuwe technieken, een tekort aan energiebronnen krijgen, zegt hij. En die technieken komen er. Zeewater kan ontzout worden, en de Sahara kan weer groen zijn. Met veel inspanning kan het gedaan worden, dus laten we beginnen. ‘En ABN AMRO geeft 500 miljard, dus die geven we graag uit. Om te beginnen 2 miljard aan dijkverhogingen wereldwijd’. Human Capital Ook Roel Pieper betuigt zich optimistisch. Al stelt hij meteen niets te zien in een grote rol voor de overheid. Die moet zich juist terugtrekken. Want de kracht van de groep is de kracht van het individu. En die moet dan ook gestimuleerd worden. De eigen verantwoordelijkheid van de mens is de grootste kracht die we hebben: human capital. Volgens Pieper, die de wereld rondreist op zoek naar waardevolle ideeën, hebben mensen genoeg oplossingen in hun hoofd. En is het de kunst die er uit te krijgen. Onderwijs is daartoe essentieel. Uit Canadees onderzoek is gebleken dat bewust investeren in opleidingen vanzelf leidt tot economische groei. En moet ook duurzaamheid daaruit voort gaan komen. State of Fear. Hij vraagt wie het boek State of Fear heeft gelezen, en is verbaasd dat slechts twee aanwezigen dat kunnen bevestigen. Het maakte namelijk duidelijk dat we niet als makke schapen achter mondiaal doemdenken aan moeten lopen. Al Gore heeft aantoonbaar gelogen, want de temperatuur is al jaren aan het dalen. En tijdens zijn verblijf in Californië ging het publieke debat over de gevolgen van global cooling. Hij waarschuwt dan ook voor paniek. We hebben de tijd en moeten die goed gebruiken. De 500 miljard is wat hem betreft te relatief. Zet het maar op de bank, dan krijg je er nog rente over. En begin dan met het opleiden van mensen die nieuwe producten en technieken kunnen gaan ontwikkelen. Een nieuw soort denkers en doeners, die keuzes durven maken en de moed hebben om verder te denken. Dat onderwijs moet Europees georganiseerd worden, waarbij dus samengewerkt moet worden maar ook onderlinge concurrentie gestimuleerd moet worden. Dat vraagt om slim onderwijs: gericht op het nemen van verantwoordelijkheden, waarbij de overheid zich terugtrekt en frisse ideeën de ruimte krijgen. Tegelijkertijd zien we dat Europa steeds verder ontvolkt. Je zult dus ook elders moeten kijken naar knappe koppen. Die kunnen in hun eigen omgeving opgeleid worden en daarna ingehuurd om hier te komen werken. Dat zou kunnen door partnerschappen aan te gaan met andere landen. Want uiteindelijk zal het gros van die professionals na gedane arbeid terugkeren naar eigen land, en ook daar weer goed werk kunnen doen. Op die manier wordt een mondiaal systeem van kennisdeling in de hand gewerkt. Minder regels Wat heeft deze nieuwe kennisorganisatie nodig? Een goede infrastructuur, bijvoorbeeld. Het verkeer moet anders opgezet worden, en breedband overal aanwezig. Belastingen moeten niet generiek worden geheven, maar voornamelijk actiegericht middels BTW. Minder regels, minder belemmeringen voor individuen om samen te werken, en nieuwe business op te zetten. En een algehele stimulatie om vrij te denken, durf te tonen en initiatief te ondernemen. Samenwerken in kleine verbanden, waardoor initiatief beloond kan worden. Daarbij moet de overheid zich terugtrekken. Pieper noemt vervolgens enkele specifiek krachtige elementen in de Nederlandse samenleving, die Europees een belangrijke rol kunnen spelen. Het Nederlandse bedrijfsleven, en dan met name de financiële sector, is heel erg sterk. Koppel partijen aan elkaar, in handel, transport en financiën. Maak gebruik van de kracht van de games-industrie, waar creatieve en technische denkers en doeners elkaar vinden. En de industrie van nieuwe technologieën, waar Nederland leidend in is. Een vruchtbare bodem om in te zaaien. The best man or woman En hij herhaalt: door het importeren van knappe koppen combineren we het beste van werelden. Samenwerkend in kleine teams kunnen zij snel inspelen op behoefte en verandering in de omgeving, en zo een belangrijke rol vervullen in de ontwikkeling van de samenleving. Daarbij spreekt hij de aanwezige zakenlui aan, ‘grijs of met weinig haar’, want de kansen voor een nieuwe business zijn nog nooit zo groot geweest. Met een goed idee kan nu ieder bedrijfsproces worden ingekocht of geleast, en kunnen jonge ondernemers worden begeleid en gestuurd. Nu is de tijd om te investeren in nieuwe ideeën, in daadkracht, en in moed. En hij besluit: ‘May the best man or woman win.’ Overheid versus individu Het publiek wordt na deze twee zeer uiteenlopende stellingen weer aangesproken op hun eigen ideeën. En net als in voorgaande edities levert dat ook dit weer zeer geanimeerde gesprekken op. Van jonge ondernemer tot gepensioneerde, van Commissaris van de Koningin tot student, allen storten zij zich in de discussie. Waarvan de uitkomsten weer worden voorgelegd aan de twee heren. Het eerste voorstel dat Wientjens meteen wil overnemen betreft de economische groei in Derde Wereldlanden. Die kan namelijk ook nu al op duurzame wijze worden ondersteund. De technieken die wij ontwikkelen, kunnen nu al worden geëxporteerd. En kan daarbij de functie van ontwikkelingshulp op termijn geheel overnemen. De overheid kan daarin stimuleren, door nieuwe subsidieregelingen voor innovatieve bedrijven. Enkele aanwezigen hebben zich gestoord aan Wientjens pleidooi voor kernenergie. ‘Want we kunnen de ogen toch niet sluiten voor de fatale gevolgen daarvan, bijvoorbeeld in Tsjernobyl’. Hij ontkent dat. We hebben geleerd van onze fouten. En hoe funest zijn de gevolgen van kolenwinning wel niet? Kernenergie kan schoon zijn, en voorzien in een behoefte. TU Windhoek Pieper kan zich vinden in het idee van een TU-dependance in Namibië. Want juist door het terugkeren van hoogopgeleiden zijn China en India zo snel aan het groeien. Maar het zijn alle aspecten van onderwijs die moeten worden aangepast. Over de gehele breedte opleiden zorgt ervoor dat de ideeen leiders kunnen opstaan, en in een brede context zorgen voor vernieuwing. Want de uitvindingen van licht en osmose ontstonden toen kleine teams gingen samenwerken aan reële behoeften. De problematiek van nu zal dus aangepakt worden als jonge mensen de mogelijkheid krijgen daaraan te werken en het voortouw te nemen. Wientjens gaat kort in op de vraag of onze wegwerpmaatschappij, waar mode en opgelegde behoefte zo’n grote rol spelen, wel duurzaam te krijgen valt. Hij stelt dat tegenbewegingen altijd de balans herstellen. En wijst daarbij op cradle to cradle, dat zich richt op hergebruik. Pieper vult aan: ‘We moeten leren wat we willen, leren nadenken over wat we nodig hebben’. Daar speelt onderwijs dus weer die belangrijke rol. Toyota Prius Iemand haalt aan dat de overheid toch belangrijke maatregelen kan treffen, bijvoorbeeld door het goedkoper maken van schone auto’s als de Toyota Prius. Maar Pieper maakt korte metten met dit argument. De Prius blijkt veel meer belastend te zijn dan iedereen denkt, met name door het productieproces. We moeten de juiste keuzes maken, en de vraag is of de overheid dat kan. Wientjens maakt zich daarop juist weer sterk voor overheidsingrijpen. Want alleen van bovenaf kan de CO2 uitstoot worden gereguleerd. De VS en China moeten meedoen, en internationale afspraken zijn nodig. De 500 miljard moet dan ook door de overheid beschikbaar worden gesteld. Pieper stelt dat de overheid beter kan proberen de staatsschuld af te lossen, omdat daarmee ook de belastingen aangepast kunnen worden. ‘Het verleden mag de toekomst niet belasten’. Iemand stelt dat hij in zijn omgeving ziet dat mensen niet in staat zijn om hun gedrag te veranderen. Pieper stelt dat het ook wel een of twee generaties zal duren voordat de juiste verhouding tussen plichten en rechten zal ontstaan. Daartoe is, andermaal, basisonderwijs essentieel. Daarin kunnen wij voorzien. Pieper en de Doema Er is een duidelijk verschil van meningen. Moet de overheid individuen helpen de juiste keuzes te maken, of moet het individu juist de ruimte krijgen om met nieuwe ideeën te komen? Roel Pieper besluit met een anekdote die beide werelden toch nog samenbrengt. Op bezoek in Rusland, waar de stad Sotsji de Olympische Winterspelen wilde binnenhalen, stelde hij aan enkele zakenlui voor om openbaar vervoer op waterstof voor de atleten mogelijk te maken. Hij werd daarop uitgenodigd in de Doema waar binnen 25 minuten werd besloten dit voorstel uit te voeren. Sotsji kreeg de Spelen. De samenwerking is dus mogelijk. Terwijl de discussie over duurzaamheid net begint, kwam de reeks lezingen ten einde met een daverend applaus. Vier bijeenkomsten die zich kenmerkten door zeer uiteenlopende ideeën, bevlogen sprekers en publiek en zeer geanimeerde discussies. De wereld staat aan het begin van enkele belangrijke veranderingen, zoveel is duidelijk. Veranderingen die ons allemaal betreffen, en ons allemaal zullen raken. Meeting the Minds was daarvan een eerste vruchtbaar resultaat. |
|